Compostkleding
Van Kledingkast naar Compost is het onderzoeksproject van Tess Geerts voor de master Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven. Vanuit de vraag ‘wat doen we met kleding wanneer het dragen echt eindigt’ onderzocht zij als ontwerper de stap die vaak wordt vergeten; wat gebeurt er ná het einde van gebruik. Klaar om terug te keren naar de bodem, maar hoe dan?
‘Ik denk dat ontwerpers en makers er veel baat bij hebben om hun werk ook eens te ontmaken’ Tess Geerts
Van kledingkast naar compost
Eindelijk is het weer lente. De dagen worden warmer en de kleding lichter. Mijn kledingkast kan wel een goede opruimbeurt gebruiken. Dus besteed ik een heel weekend aan het uitzoeken van al mijn kleding: een stapel om weg te geven aan vrienden en familie, een stapel goede items om te verkopen, een stapel om te recyclen tot textiel, en een stapel om te… composteren?
Stel je voor dat deze laatste stapel bestaat uit kledingstukken die gelabeld zijn als composteerbaar. Ze zijn echt aan het einde van hun ‘draagleven’: eenzame sokken, bevlekte tops en pyjama’s met te veel gaten. Dus we kunnen ze gaan composteren.
Maar hoe? Ook zonder grote opruimacties neem je af en toe afscheid van losse composteerbare items. Ze zijn klaar om terug te keren naar de bodem. Maar waar breng je ze dan naartoe?
Ontwerpen voorbij de mens
Ontwerpen is vaak sterk gefocust op menselijk gebruik. Hoe kan ontwerp het leven van mensen zo aangenaam en makkelijk mogelijk maken? Hoe kan het menselijke problemen oplossen? User-centered design was dan ook een van de eerste vakken die ik kreeg tijdens mijn studie Industrial Design.
Tijdens mijn bachelor- en masteropleiding zag ik deze focus verschuiven. Steeds meer kwam more-than-human design centraal te staan: een manier van ontwerpen waarin niet alleen de mens, maar ook bodem, planten, dieren en ecosystemen worden meegenomen. In plaats van lineair te denken, maken – gebruiken – wegdoen, wordt ontwerp vanuit een breder perspectief benaderd. Waar komen materialen vandaan? Wat betekenen ze voor ecosystemen? En wat gebeurt er nadat we ze niet meer gebruiken? Hoe maken we niet alleen, maar ontmaken we het ook?
Zelf ben ik geïnteresseerd in kleding. Kleding is een mooi voorbeeld binnen het design veld: iets wat we dagelijks gebruiken en dat we zowel lineair als circulair kunnen benaderen. Toen ik voor het eerst een wollen plantenpotje zag dat in de aarde composteerde van het bedrijf DieKees, realiseerde ik me iets wat eigenlijk heel logisch is: wol en andere natuurlijke vezels zijn gewoon composteerbaar. In de context van tuinieren vinden we dat heel normaal, in de context van kleding niet. Dat moment zette me aan het denken over het kledingsysteem als een extreem lineair ontwerp- en productieproces: ontwerp – productie – dragen – (misschien recyclen of hergebruiken) – wegdoen. Wat als we dat systeem anders zouden benaderen? Kunnen we composteren zien als het ‘ontmaken’ van onze kleding? In plaats van het te verbranden?
Wat gebeurt er ná het dragen?
Binnen mijn onderzoeksproject zag ik mijn rol niet bij het productieproces zelf, maar bij de stap waarvan ik zag dat die vaak wordt vergeten: wat doen we met kleding wanneer het dragen echt eindigt? Het voelde vreemd om een lang geliefde trui, een shirt of zelfs ondergoed letterlijk te begraven. En precies daarom heb ik dat juist wel gedaan.
Mijn project onderzoekt de fase ná dragen, hergebruiken en recyclen van composteerbare kleding. Want als hierover niet wordt nagedacht, zullen zelfs de meest zorgvuldig gemaakte composteerbare kledingstukken, die de aarde zouden kunnen voeden, alsnog in de verbrandingsoven belanden. Net zoals composteerbare zakjes die bij het plastic afval terechtkomen.
Om deze fase te onderzoeken maakte ik gebruik van een ontwerpmethode waarbij je speculeert door te doen. Het draait om het verkennen van mogelijke toekomsten door ze daadwerkelijk uit te voeren en er tijdelijk in te leven. Samen met mensen die actief bezig zijn met het verduurzamen van de kledingindustrie, voornamelijk uit het Fibershed-netwerk, en met studenten die werken met kleding of biomaterialen, ben ik kleding gaan begraven, op de manier waarop zij zich dat voorstelden. Zij ervaarden deze handelingen en deelden hun inzichten met mij. Ik vroeg hen om een mogelijk composteerproces te tekenen op een template. Deze visuele verhalen heb ik verzameld en gebundeld.
Hoe zouden we onze kleding composteren?
Samen met participanten onderzocht ik verschillende manieren waarop kleding gecomposteerd zou kunnen worden. Als eerste vroeg ik hen om kleding daadwerkelijk te composteren. Een deel van deze kleding was echt composteerbaar en gemaakt door mij, of door een ondernemer uit het Fibershed-netwerk. Deze kleding heb ik gewoon laten zitten. Bij een ander deel haalde ik de kleding later weer uit de grond. Vaak was deze kleding wel daadwerkelijk gedragen en was er dus een connectie met het kledingstuk.
Na deze ervaring tekenden de participanten op drie semi-transparante blaadjes hoe zij dit proces voor zich zagen. Zo werden hun persoonlijke voorstellingen visueel. Hoewel ieder verhaal uniek was, herkende ik vier duidelijke typen processen:
- Kleding binnen tuinier processen
Bijvoorbeeld om plantenwortels warm te houden in de winter of om zaden in te planten. Opvallend was dat mensen hierbij vaak een back-up noemden: de mogelijkheid om kleding naar een faciliteit te brengen als het moment niet goed aansluit bij wat de natuur nodig heeft. - Composteren via een faciliteit
Waar kleding wordt ingeleverd en het composteerproces volledig wordt overgenomen. - Composteren als ritueel
Een soort kledingbegrafenis, waarbij het afscheid nemen van een kledingstuk centraal staat. - Thuis composteren
In een compostbak waarin niet alleen fruit- en groenteafval, maar ook oude kledingstukken, zoals sokken, terechtkomen.
Voor al deze scenario’s is transparantie cruciaal. Een duidelijk en langdurig herkenbaar label, dat laat zien óf en hóé een kledingstuk gecomposteerd kan worden (bijvoorbeeld of een label of een rits eerst verwijderd moet worden) is essentieel. Zowel voor de drager als voor eventuele faciliteiten. Omdat het doel is om kleding zo lang mogelijk te dragen, vaak door meerdere eigenaren, moet deze informatie de volledige levensduur van het kledingstuk meegaan.
Participanten verwachtten dat sokken en ondergoed als eerste daadwerkelijk gecomposteerd zouden worden. In vele andere kledingstukken zien ze nog potentie bij andere dragers. Deze kledingstukken krijgen zelden een nieuwe eigenaar en hebben daardoor een korte en duidelijke cyclus. Juist zij lenen zich goed om ‘na-draag’-processen te testen.
Misschien verandert onze relatie met kleding wanneer we weten dat een kledingstuk composteerbaar is. De afstand tot waar kleding vandaan komt en hoe het wordt gemaakt, is nu vaak groot. Een regeneratieve cyclus kan deze verbinding, zowel vóór als na het dragen, versterken.
Dit werd ook zichtbaar tijdens mijn expositie op twee locaties: op de TU/e en tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. Ik presenteerde een aquarium gevuld met aarde, planten en kleding, met daarin verschillende voorbeelden van manieren om kleding te composteren. Uit gesprekken met bezoekers bleek dat het idee van composteerbare kleding hun perspectief veranderde: wanneer kleding composteerbaar wordt ontworpen en dit ook wordt gecommuniceerd, roept dat vanzelf vragen op over de herkomst, productie en samenstelling van het kledingstuk.
Ontwerpen door te ontmaken
Een deel van mijn participanten kwam uit het Fibershed-netwerk en is juist sterk betrokken bij het productieproces van composteerbaar textiel. Meerdere mensen gaven aan dat ze dit experiment al langer wilden doen, juist omdat ze nieuwsgierig waren naar wat hun materialen daadwerkelijk doen in de grond.
Ik denk dat ontwerpers en makers er veel baat bij hebben om hun werk ook eens te ontmaken. Dat klinkt misschien speculatief, omdat het composteren van kleding vaak ver verwijderd lijkt van ontwerp, productie en gebruik. Juist door deze vorm van een ontmaakspeculatie daadwerkelijk te ervaren, in dit geval door kleding echt te composteren, wordt inzichtelijk wat er in dit proces gebeurt. Door het einde serieus te nemen, ontstaat een eerlijker beeld van de mogelijke eindbestemmingen van een kledingstuk. Pas dan kunnen ontwerpkeuzes bewust worden aangepast aan wat daarna komt.
Tess Geerts
Regeneratief ontwerper en onderzoeker met een focus op kleding en materialen. In haar werk onderzoekt zij hoe composteerbare materialen en ontwerpkeuzes kunnen bijdragen aan een regeneratieve mode-industrie. Tijdens Dutch Design Week 2025 presenteerde zij haar werk.
Dit is artikel is geschreven en gepubliceerd voor Stichting Fibershed Nederland door Tess Geerts. Niets uit deze publicatie mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd.
Dit onderzoek kwam tot stand met hulp van Fibershed Nederland, The Knitwit Stable, RietGoed, Joline Jolink en een diverse groep individuen.