Plannen maken versus dóen: twee troonredes, één boodschap
Op Prinsjesdag, dinsdag 15 september 2026, hield koning Willem-Alexander zijn jaarlijkse troonrede. Sinds 2012 is er ook een andere traditie ontstaan: de Duurzame Troonrede, voor het eerst geschreven door Marjan Minnesma en dit jaar door Frans Rooijers, voorzitter van bewonersinitiatief ‘Meten=Weten’ en nummer 1 op de Trouw Duurzame Top 100.
Twee toespraken, twee heel verschillende invalshoeken, maar leg je ze naast elkaar, dan vertellen ze eigenlijk hetzelfde verhaal: we weten allang wat er moet gebeuren, en we weten ook dat het te langzaam gaat.
De Koning: “gemeenschapszin als antigif voor polarisatie”
In zijn troonrede benadrukte de koning hoe belangrijk gemeenschapszin en samenwerking zijn, hij noemde het letterlijk een “antigif voor polarisatie”. Een boodschap die verder gaat dan mooie woorden: samenwerking is ook nodig voor de omschakeling naar een lokale, circulaire en regeneratieve economie, met producten uit eigen omgeving, een bodem die je versterkt en zonder afval.
Als coöperatief netwerk van, voor én door ondernemers zet Fibershed dit soort samenwerking en opschaling van lokale ketens al jaren op de agenda. We zien dat daar kansrijke samenwerkingen ontstaan, met gemotiveerde ondernemers die bereid zijn om nieuwe paden in te slaan naar oplossingen voor een toekomstbestendige textielsector; bio-circulair, natuurlijk en afvalvrij.
Waar het misgaat, is niet bij het ontwikkelen van nieuwe ketens en samenwerkingen, maar bij het opschalen daarvan. Veelbelovende projecten komen niet verder omdat er te weinig vraag naar hun producten is. En dat is een gemiste kans, want stilstand hier betekent niet “niets verandert”, het betekent achteruitgang en dat investeringen die al gedaan zijn, verloren gaan. De markt en de overheid blijven de prijs van lokale producten vergelijken met massaproductie van ver over de grens, waar noch de milieukosten, noch een eerlijke beloning voor de makers in de prijs zitten.
Bedrijven als MUD Jeans, New Optimist en het Hollands Wol Collectief bewijzen al jaren dat je een regionale, circulaire keten kunt sluiten. Dat ze daarna toch vastlopen, ligt niet aan hun moed of inzet, maar aan een markt die het spannend vindt om structureel te kiezen voor lokaal en duurzaam. Zonder klant geen omzet, zonder omzet geen bedrijf, en zonder bedrijven geen transitie.
De Duurzame Troonrede: als de overheid zelf de regels niet volgt
Waar de koning het vooral hield bij een oproep tot samenwerking, was Frans Rooijers een stuk directer. Zijn boodschap: de overheid handhaaft haar eigen milieuregels niet, niet bij de luchtvaart, niet bij Tata Steel, en ook niet in de landbouw. En dat is een probleem, want het ondermijnt niet alleen de natuur, maar ook het vertrouwen van mensen in de overheid zelf.
De verborgen kosten van onze huidige manier van boeren, verlies aan planten- en diersoorten, vervuiling en klimaatschade worden inmiddels geschat op 18 miljard euro per jaar, meer dan deze sector aan onze economie bijdraagt.
Een systeem dat draait om zoveel mogelijk produceren op steeds duurdere grond, leidt tot dit soort schade, die we met elkaar betalen, alleen niet via de supermarktkassa.
Zijn toekomstbeeld is een landbouw die de grond gebruikt zonder die uit te putten: kringlooplandbouw, gewassen die tegen droogte kunnen, geen import van grondstoffen van ver weg, en boeren die een gezond bedrijf kunnen runnen. Met ruimte voor biologische landbouw rond natuurgebieden, en een overheid die boeren betaalt voor het beheren van het landschap in plaats van voor hoeveel ze produceren.
Wat dit voor ons betekent
Voor Fibershed zijn deze twee toespraken een bevestiging van waar we aan werken. De omschakeling naar lokale, regeneratieve vezel- en textielketens. Precies het soort verdienmodel dat nodig is om boeren en textielondernemers een eerlijk bestaan te bieden binnen de grenzen van wat het land kan dragen.
Maar zoals de koning en Rooijers laten zien: goede plannen en mooie woorden zijn niet genoeg. Er zijn dáden nodig, van bedrijven, de overheid en consumenten als klant. Dat betekent: aanbestedingsregels aanpassen, de marktpositie van lokale producenten verankeren in beleid en nieuwe generaties opleiden om in deze lokale ketens aan de slag te kunnen.
Dus: kom op, beslissers, beleidsmakers én consumenten. Toon leiderschap, visie en daadkracht. Begin daar vandaag al zelf mee: koop lokaal, circulair en regeneratief.