Wie bepaalt wat duurzaam textiel is en klopt dat wel?
Onlangs organiseerde het European Fibershed Network een advocacy rondetafelgesprek over Europees textiel beleid. Samen met Make the Label Count bespraken we de vraag: wat is de status van impact meten en EU-wetgeving omtrent textiel?
Het probleem met meten
De EU ontwikkelt steeds meer wetgeving rondom duurzaam textiel. Daarvoor gebruikt zij binnen de PEF (Product Environmental Footprint) meetmethoden gebaseerd op levenscyclusanalyse, ook wel LCA genoemd.
Elizabeth van Delden van Make the Label Count liet aan de hand van concrete voorbeelden zien wat er misgaat. Vergelijk een wollen trui met een polyester fleece en volgens de huidige methoden komt de polyester fleece er beter uit. Polyester is niet beter voor het milieu of voor de bodem maar de methode ziet landgebruik puur als negatieve belasting. Schapen hebben meer land nodig invergelijking tot een booreiland nauwelijks dat landoppervlak inneemt. Datzelfde geldt voor gewassen zoals vlas en hennep, deze worden net zobenadeeld in deze meting. Het laat zien dat de methode geen rekening houdt met wat er op dat land gebeurt en of het bijdraagt aan biodiversiteit, koolstofopslag of bodemherstel daarnaast telt biodegradeerbaarheid nauwelijks mee in de eindscore. Waar synthetische stoffen microplastics achterlaten die nooit volledig afbreken, is juist de biologische afbreekbaarheid een van de grootste voordelen van natuurlijke vezels. In de huidige scores maakt dat echter nauwelijks verschil, wat leidt tot misleidende informatie.
Wat stelt de EU voor?
De Europese Commissie werkt aan de ESPR (Ecodesign for Sustainable Products Regulation), een brede productwetgeving die ook textiel omvat. Het Joint Research Centre stelt vier ontwerpopties voor: informatie-eisen over de robuustheid van kleding bij wassen, een recycleerbaarheid score, meer transparantie over gerecyclede inhoud via het Digitaal Product Paspoort (DPP) en een focus op de milieu-impact van het productieproces in plaats van de volledige levenscyclus van de vezel. Omdat dit nog in de ontwikkelfase is, is het belangrijk dat natuurlijke-vezelsectoren nu betrokken raken voordat de definitieve regels worden vastgesteld. DMake the Label Count heeft dit mede namens Fibershed NL gedaan door een reactie in te dienen op het meest recente rapport waarin de tekortkomingen van de huidige meetmethoden zijn benoemd.
Waarom dit niet genoeg is
Tone Tobiasson van Fibershed Norway uitte kritiek op de focus van de EU. Slechts een derde van de kleding wordt weggegooid omdat het versleten is, de rest verdwijnt door veranderende mode of een slechte pasvorm. De enorme groei in textiel volume wordt gedreven door goedkope synthetische producten niet door een gebrek aan kwaliteit, de aanname dat duurzamere kleding automatisch langer wordt gedragen klopt dan ook niet voor textiel.
Bovendien negeert de EU momenteel de impact van microplastics omdat deze moeilijk te meten zijn. Maar zolang goedkoop, fossiel gebaseerde synthetisch textiel de norm blijft los je het probleem niet op met recycling scores of duurzaamheidslabels. Wat wel zou helpen is het terugdringen van het aantal producten, het percentage synthetische vezels en het aantal chemische bewerkingen. Dat sluit precies aan bij het doel van Fibershed: een bio-economie waarin natuurlijke en biologisch afbreekbare materialen de standaard zijn, niet de uitzondering.
Binnen en buiten het systeem
Om verandering teweeg te brengen werkt Make the Label Count, namens het consortium waar Fibershed bij aangesloten is, op twee niveaus. Binnen het systeem als technisch adviseur en deelnemer aan officiële werkgroepen, om meetmethoden te verbeteren en biodiversiteit en bodemkoolstof een plek te geven in de berekeningen. Buiten het systeem door publieke druk uit te oefenen en te laten zien dat een radicaal ander systeem, gebaseerd op lokale en regeneratieve landbouw, al bestaat en werkt. Fibershed doet dat door wereldwijd een alternatief te bouwen, een regionaal, regeneratief textielsysteem dat laat zien dat het anders kan.
Er is hoop
De belangrijkste toolset voor de PEF, de EF‑methode, wordt momenteel beoordeeld door de EU Technical Advisory Board (TAB). Mede dankzij het werk van MTLC en haar partners bespreekt de TAB nu biodiversiteit, bodemkoolstof en biogene koolstof: bijvoorbeeld door het biologische keurmerk ‘Organic Certified’ te gebruiken om landbeheer en biodiversiteit positief te waarderen. Op zich positief, maar biologisch is niet de enige manier om verantwoord te boeren; veel natuurlijke vezels (wol, katoen, vlas, hennep) en producties buiten Europa die goede resultaten leveren maar niet biologisch gecertificeerd zijn, zouden dan uitgesloten worden. Ook willen ze biogene koolstof beter zichtbaar maken. Nog onduidelijk is hoe microplastics worden meegenomen, als die buiten de kernscore blijven, bevoordeelt dat synthetische vezels.
Over Biogene Koolstof
Ook in maart 2026 werd er een baanbrekend nieuw onderzoek gepubliceerd in Agricultural Systems (het op drie na hoogst gerangschikte wetenschappelijke tijdschrift wereldwijd voor agronomie en gewas-kunde) waarbij het verschil tussen de CO2 impact bij gebruik van biogene en fossiele koolstof werd onderzocht. De conclusie is dat als we deze meenemen in de LCA-metingen dan hebben hernieuwbare materialen van biogene koolstof een veel lagere milieu-impact dan de synthetische varianten van fossiele grondstof. Helaas kunnen huidige eco-impact instrumenten deze twee soorten koolstof (nog) niet van elkaar onderscheiden.
Voor meer informatie over hoe een eerlijkere levenscyclusanalyse voor wol eruit kan zien bekijk het bovenstaande filmpje.
Voor het wetenschappelijke artikel bezoek de website van IWTO
Wil je meer weten?
De volledige opname van de rondetafel is beschikbaar.
Ben je benieuwd naar het werk van Make the Label Count? Kijk op makethelabelcount.org. Volg het European Fibershed Network via fibershed.nl voor updates over beleid, netwerk en programma’s.
For English go to europeanfibershed.org